Ad van Bodegraven studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij volgde de opleiding tot maag- darm- leverarts (MDL-arts) (1999). Hij promoveerde in 2001 eveneens aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.. De titel De titel van zijn proefschrift: Clotting factors in idiopathic Inflammatory Bowel Disease studies in plasma, DNA and colonic mucosa. Hierna legde hij zich in het bijzonder toe op de behandeling van en klinisch onderzoek naar chronische inflammatoire darmaandoeningen.
Ad is staflid en hoofd sectie IBD van de afdeling Maag- Darm- Leverziekten in het VUmc. Hiernaast is hij lid van de CWO van de VICI van het VUmc, bestuurslid van de GUTclub, lid van de ECCO (European Crohn & Colitis Organization), lid van de AGA (American Gastroenterology Association) en medeoprichter en secretaris van de ICC.
Hiernaast is hij voorzitter van de CBO richtlijncommissie voor IBD.
Het VUmc
Op de afdeling MDL van het VUmc werken 6 MDL-artsen. Deze zijn betrokken bij verschillende onderafdelingen zoals de IBD, hepatologie (leverziekten), endoscopie, oncologie en dunne darm onderzoek (coeliakie). Hiernaast worden op deze afdeling MDL-artsen en studenten opgeleid, werken er verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten (zoals een IBD verpleegkundige, diëtiste, en research nurses) en een groot aantal onderzoekers. De belangrijkste onderzoeksgebieden van de afdeling zijn IBD, coeliakie, oncologie en beeldvorming van de dunne darm.
Wetenschappelijke interesses
Het IBD-onderzoek in het VUmc is gericht op de volgende kerngebieden:
- Mucosa gerelateerde immunologie. Onder leiding van dr. G. Bouma wordt in het laboratorium onderzoek gedaan naar inflammatoire mucosale respons en intestinale antigeenmodificatie. Samenwerking bestaat met de NIH Washington waar gezamenlijke projecten met Strober en Fuss worden uitgevoerd.
- Samenstelling intestinale flora. Met de afdeling medische microbiologie onder leiding van Paul Savelkoul wordt onderzoek gedaan naar complexe microbiële flora door gebruik te maken van (nieuwe) moleculaire diagnostische technieken. Door deze analyse wordt getracht nader inzicht te krijgen naar de rol van intestinale flora bij het ontstaan en het beloop van IBD.
- Immuunsuppressieve medicatie. In samenwerking met de afdelingen oncologie en farmacie wordt onderzoek gedaan naar thiopurines. De focus is op farmacokinetisch onderzoek en therapeutic drug monitoring.
- Voeding en voedingsadviezen bij chronisch darmfalen waaronder ernstige ziekte van Crohn.
- Deelname en ontwikkeling van de Parelsnoer biobank.
- Klinische trials. Hierbij gaat het om deelname aan nationale en internationale studies waarbij verschillende vormen van behandeling onderzocht worden. Dit kunnen zogenaamde fase 1 onderzoeken zijn waarbij voor het eerst een nieuw medicament wordt gebruikt bij IBD patiënten, maar het kan ook gaan om onderzoek naar de effectiviteit van geaccepteerde behandelingen.

