Landmarks in IBD, literatuurbevindingen en opinies
Disclaimer:
De informatie die wordt weergegeven op deze website is voor algemene informatie voorziening en kan niet beschouwd worden als advies. Selectie van studies die worden weergegeven wordt beheerd door de ICC en daarbij wordt geen compleet literatuur overzicht nagestreefd. De ICC streeft na gegevens begrijpelijk weer te geven en samen te vatten. De ICC is niet aansprakelijk voor eventuele schade of gevolgen van gebruik van informatie die is verkregen via de website.
Formaat waaraan inzendingen moeten voldoen:
- Onderwerp: Epidemiologie; Pathogenese; Diagnostiek; Therapie
- Titel van de publicatie
- Eerste auteur met bronvermelding
- Nederlandstalige samenvatting
- Conclusie en opinie
In IBD richtlijnen is coloscopie de gouden standaard in het diagnostisch proces. Wat zegt de huidige literatuur?
Small-bowel imaging in Crohn's disease: a prospective, blinded, 4-way comparison trial.
Loftus SCA et al. Gastrointestinal Endoscopy 2008;68:255-66
Voor dunne darm diagnostiek zijn verschillende modaliteiten beschikbaar. Het doel is het bepalen van sensitiviteit en specificiteit van capsule endoscopie (n=28), CT enterografie (n=41), ileocoloscopie (n=40) en dunne darm passage onderzoek (n=38) t.a.v. dunne darm Crohn. In een periode van 4 dagen ondergingen patiënten de 4 onderzoeken. De referentie standaard was consensus op basis van de 4 onderzoeken die een patiënt onderging. Er zijn geen significante verschillen tussen de 4 onderzoeken in sensitiviteit, wel is de specificiteit van capsule endoscopie lager dan die van de overige onderzoeken.
Conclusie:
Een beperking van de studie opzet is dat de referentie standaard gebaseerd is op de uitkomsten van de 4 studies overeenkomstig de klinische praktijk. Videocapsule onderzoek lijkt niet de 1e keus voor het vaststellen van dunne darm Crohn.
Is er (al) een plaats voor het bepalen van genetische variatie in de klinische praktijk?
Genome-wide association defines more than 30 distinct susceptibility loci for Crohn's disease.
Barrett JC et al. Nat Genet. 2008;40:955-62
Een international samenwerkingsverband heeft genetische factoren onderzocht die samenhangen met de ziekte van Crohn. Daarvoor werden 3 studies gecombineerd met in totaal 3,230 patiënten met de ziekte van Crohn en 4,829 controles. Bovendien werden de bevindingen getoetst in een onafhankelijke groep van 3664 patiënten met controles. De resultaten van de huidige studie bevestigen 11 eerder gevonden associaties en laten daarnaast bewijs zien voor 21 nieuwe gebieden (loci) op het genoom die geassocieerd zijn met de ziekte van Crohn. In deze loci liggen genen waarvan bekend is dat ze belangrijke rol spelen in het menselijke afweersysteem, zoals STAT3, JAK2, ICOSLG, CDKAL1 en ITLN1.
Conclusie:
Het aantal erfelijke factoren waarvan bekend is dat die (in geringe mate) geassocieerd zijn met de ziekte van Crohn overstijgt de 30. Deze kennis is nu al belangrijk omdat hiermee het inzicht in rol van het immuunsysteem bij de ziekte van Crohn toeneemt. Voor de dagelijkse praktijk heeft dit nog geen directe betekenis.
Replication of signals from recent studies of Crohn's disease identifies previously unknown disease loci for ulcerative colitis.
Franke A et al. Nat Genet. 2008 :40:713-5.
Bij de ziekte van Crohn is van een grote serie erfelijke factoren aangetoond dat ze een rol spelen. Bij colitis ulcerosa is de rol van erfelijke factoren kleiner en minder goed uitgezocht. In deze studie die in Duitsland is uitgevoerd zijn 50 mogelijk geassocieede gebieden op ons genoom (loci) onderzocht bij 1,850 patienten met de ziekte van Crohn, 1103 patiënten met colitis ulcerosa en 1817 gezonde vrijwilligers. In de huidige studie zijn er van de onderzochte loci een aantal die geassocieerd zijn met zowel de ziekte van Crohn als met colitis ulcerosa (3p21.31, NKX2-3 and CCNY). Daarnaast zijn er een drietal alleen geassocieerd met colitis ulcerosa en niet met de ziekte van Crohn PTPN2, HERC2 and STAT3).
Conclusie:
De huidige studie bevestigt een aantal gemelde erfelijke associaties. Vooral ondersteunt de studie de hypothese dat een aantal genetische factoren specifiek een rol speelt bij de ziekte van Crohn, een (kleiner) aantal specifiek bij colitis ulcerosa en dat een aantal erfelijke factoren een overlappende rol spelen.
Wat moet bij de ziekte van Crohn het beleid zijn na een darmresectie?
Informatie volgt zo spoedig mogelijk.
