Bas Oldenburg

Bas Oldenburg studeerde geneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Na specialisatie in de inwendige geneeskunde (1995) volgde hij de opleiding tot maag- darm- leverarts (MDL-arts) (1998). Hij promoveerde in 2001 op het onderwerp "Inflammatory Bowel Disease, iron and homocysteine", eveneens aan de Universiteit van Utrecht. Hierna legde hij zich met name toe op diagnostiek en behandeling van chronische inflammatoire darmaandoeningen.

Bas is staflid en chef kliniek van de afdeling Maag- Darm- Leverziekten in het UMCU. Hiernaast is hij lid van het stafconvent van het UMCU, de kwaliteitscommissie van de Nederlands Genootschap van MDL-artsen, lid en Nederlands vertegenwoordiger van de ECCO (European Crohn & Colitis Organization), lid van de AGA (American Gastroenterology Association) en medeoprichter en penningmeester van de ICC.

Hiernaast maakt hij deel uit van de CBO richtlijncommissie voor IBD en de Europese werkgroep "Iron and IBD".

Het UMCU

Op de afdeling MDL van het UMCU werken 7 MDL-artsen. Deze zijn betrokken bij verschillende onderafdelingen zoals  de IBD, hepatologie (leverziekten), endoscopie, oncologie en motiliteit (peristaltiek). Hiernaast worden op deze afdeling MDL-artsen en studenten opgeleid, werken er verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten (zoals stoma verpleegkundigen en een IBD verpleegkundige) en een groot aantal onderzoekers. De belangrijkste onderzoeksgebieden van de afdeling zijn MDL-oncologie, IBD, motiliteit en hepatologie. Tenslotte wordt innovatief onderzoek gedaan op de afdeling endoscopie.

Wetenschappelijke interesses

Het IBD-onderzoek in het UMCU is gericht op de volgende kerngebieden:

  • IBD-gerelateerd coloncarcinoom (dikke darmkanker). Dit is een onderwerp dat de laatste jaren toenemend in de belangstelling staat. Wij richten ons op de epidemiologie (hoevaak komt het voor en bij wie? Welke ziektespecifieke en wellicht omgevingsfactoren doen het risico toenemen?), de pathogenese (waarom krijgen IBD-patiënten coloncarcinomen?) en het nut van screening of surveillance.
  • Door IBD-geïnduceerde symptomen. Hierbij wordt wetenschappelijk onderzocht hoe klachten tot stand komen en in hoeverre klachten de ernst van de ziekte in de darm kunnen voorspellen.
  • Ontwikkeling van prognostische indices.  Dit heeft tot doel om beter te kunnen voorspellen welk beloop de ziekte zal krijgen.
  • Deelname en ontwikkeling van de Parelsnoer biobank.
  • Klinische trials. Hierbij gaat het om deelname aan nationale en internationale studies waarbij verschillende vormen van behandeling onderzocht worden. Dit kunnen zogenaamde fase 1 onderzoeken zijn waarbij voor het eerst een nieuw medicament wordt gebruikt bij IBD patiënten, maar het kan ook gaan om onderzoek naar de effectiviteit van geaccepteerde behandelingen.