RICHTLIJN
DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING VAN INFLAMMATOIRE DARMZIEKTEN
BIJ VOLWASSENEN
(zie link naar download onder aan deze pagina)
INITIATIEF:
• Nederlandse Vereniging voor Maag, Darm en Leverartsen
ORGANISATIE:
• Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO
MANDATERENDE VERENIGINGEN/INSTANTIES
- Nederlands Huisartsen Genootschap
- Nederlands Instituut van Psychologen
- Nederlandsche Internisten Vereeniging
- Nederlandse Vereniging van Diëtisten
- Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers
- Nederlandse Vereniging voor Arbeids en Bedrijfsgeneeskunde
- Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
- Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
- Nederlandse Vereniging voor Pathologie
- Nederlandse Vereniging voor Radiologie
• Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland
FINANCIERING:
Deze richtlijn is totstandgekomen met financiële steun van de Orde van Medisch Specialisten in het kader van het programma ‘Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling (EBRO)'
INHOUDSOPGAVE
SAMENSTELLING WERKGROEP
1. INLEIDING
2. DIAGNOSTIEK
2.1. Inleiding
2.2. Diagnostiek 1e lijn
2.2.1. Anamnese
2.2.2. Risicofactoren
2.2.3. Lichamelijk onderzoek
2.2.4. Aanvullend onderzoek
2.3. Verwijsbeleid van 1e lijn naar 2e lijn
2.4. Diagnostiek in de 2e lijn
2.4.1. Sigmoïdoscopie / coloscopie
2.4.2. Pathologie
2.4.3. Radiologie
2.4.4. De diagnostiek bij niet-classificeerbare colitis en "indeterminate colitis"
2.5. Criteria verslaglegging
2.6. Aanvullend onderzoek
2.6.1. Gastroscopie/ enteroscopie
2.6.2. Genetische testen
2.6.3. Farmacogenetische testen
2.6.4. Bepaling van deficiënties van micro- en macronutriënten
3. MEDICAMENTEUZE BEHANDELING VAN COLITIS ULCEROSA
3.1. Algemene introductie
3.1.1. Behandeling
3.2. Medicamenteuze behandeling van milde- tot matig ernstige distale colitis ulcerosa (Montreal classificatie E1-2, S1-2)
3.2.1. Remissie-inductie fase
3.2.2. Chronisch actieve fase
3.3. Medicamenteuze behandeling van ernstige distale colitis ulcerosa (Montreal classificatie E1-2, S3)
3.4. Medicamenteuze behandeling van mild tot matig ernstige pancolitis ulcerosa (Montreal classificatie E3, S1-2)
3.4.1. Mesalazine
3.4.2. Corticosteroïden
3.4.3. Thiopurines
3.4.4. Infliximab
3.5. Medicamenteuze behandeling van ernstige pancolitis ulcerosa (Montreal classificatie E3, S3)
3.5.1. Corticosteroïden
3.5.2. Ciclosporine
3.5.3. Tacrolimus
3.5.4. Thiopurines
3.5.5. Infliximab
3.6. Onderhoudsbehandeling van colitis ulcerosa
3.6.1. 5-ASA
3.6.2. Corticosteroïden
3.6.3. Thiopurines
3.6.4. Infliximab
3.7. Medicamenteuze behandeling van pouchitis
3.7.1. Antibiotica
3.7.2. Mesalazine
3.7.3. Probiotica
3.7.4. Corticosteroïden
3.7.5. Infliximab
3.7.6. Conclusies Error! Bookmark not defined.
4. MEDICAMENTEUZE BEHANDELING VAN DE ZIEKTE VAN CROHN
4.1. Algemene introductie
4.1.1. De mate van ziekte-activiteit
4.1.2. De lokalisatie van de luminale activiteit
4.1.3. De aanwezigheid van stricturen
4.1.4. De aanwezigheid van fistelziekte
4.1.5. Allergie voor, intolerantie tegen en therapeutische effectiviteit van voorgaande medicamenten en medicatiestrategieën
4.1.6. Lifestyle
4.1.7. Toestemming en verwachte therapietrouw van de patiënt
4.1.8. Therapiestrategie
4.2. Medicamenteuze inductiebehandeling van milde tot matige crohnse ziekteactiviteit van de distale dunne - en de dikke darm
4.2.1. Inleiding
4.2.2. Milde tot matige ileocoecale Crohnse activiteit
4.2.3. Milde tot matig actieve colitis bij de ZvC
4.3. Medicamenteuze inductiebehandeling van ernstige Crohnse ziekteactiviteit van de distale dunne - en de dikke darm
4.3.1. Inleiding
4.3.2. Corticosteroïden
4.3.3. (Infliximab) / Anti-TNF-a therapie
4.4. Medicamenteuze behandeling van Crohnse ziekteactiviteit in slokdarm, maag of duodenum
4.4.1. Inleiding
4.4.2. Medicamenteuze behandeling van oesofagogastroduodenale manifestaties van de ZvC
4.5. Medicamenteuze behandeling van Crohnse fistelziekte
4.5.1. Inleiding
4.5.2. Peri-anale fistels
4.5.3. Overige fistels
4.6. Onderhoudsbehandeling van de ziekte van Crohn (inclusief post-operatieve behandeling)
4.6.1. Risico op opvlamming van ziekte
4.6.2. Onderhoudsmedicatie bij de ZvC
5. CHIRURGISCHE BEHANDELING VAN INFLAMMATOIRE DARMZIEKTEN
5.1. Indicaties voor chirurgie
5.1.1. Colitis ulcerosa
5.1.2. Ziekte van Crohn
5.2. Type chirurgische ingreep per indicatie
5.2.1. Colitis Ulcerosa
5.2.2. Ziekte van Crohn
5.3. Timing van chirurgische ingreep
5.3.1. Colitis Ulcerosa
5.3.2. Opvlamming Colitis ulcerosa
5.3.3. Ziekte van Crohn
5.4. Type chirurgische ingreep bij manifestaties van fistel bij de ZvC
5.4.1. Perianale fistels
5.4.2. Interne en externe fistels
5.5. Aantal verrichtingen per jaar per chirurg met betrekking tot bijz. vormen van chirurgie (pouch)
6. VOEDING EN INFLAMMATOIRE DARMZIEKTEN
6.1. Enterale voeding bij de behandeling van de CU en ZvC
6.1.1. Colitis ulcerosa
6.1.2. Ziekte van Crohn
6.2. Rol van voedingstoestand op macro- en microniveau bij de behandeling van volwassenen met CU en de ZvC
6.2.1. Voedingstoestand
6.2.2. Voedingsbehoefte
6.2.3. Vitaminen en mineralen
6.2.4. Hyperhomocysteïnemie
6.3. Therapeutische werking van omega-3 vetzuren bij de behandeling van CU en de ZvC
6.3.1. Colitis ulcerosa
6.3.2. Ziekte van Crohn
6.4. Therapeutische werking van probiotica bij de behandeling van de ZvC en CU
6.4.1. Pouchitis
6.4.2. Colitis Ulcerosa
6.4.3. Ziekte van Crohn
6.5. Verwijsindicaties voor diëtetiek en mogelijkheden voor poliklinische begeleiding
7. ALTERNATIEVE GENEESWIJZEN VOOR INFLAMMATOIRE DARMZIEKTEN
8. EXTRAINTESTINALE MANIFESTATIES EN COMPLICATIES
8.1. Inleiding
8.2. Reactieve aandoeningen
8.2.1. Mond en lippen
8.2.2. Huidaandoeningen
8.2.3. Perifere arthropathie
8.2.4. Oogziektes
8.3. Geassocieerde aandoeningen
8.3.1. Ankyloserende spondylitis en Sacroileitis
8.3.2. Ander spier-/skeletziekten
8.3.3. Leveraandoeningen
8.3.4. Vaataandoeningen
8.3.5. Ongebruikelijke aandoeningen
8.4. Aandoeningen (metabool en endocrien) die ontstaan tgv van een langer bestaande darmziekte
9. VERLOSKUNDE EN GYNAECOLOGIE
9.1. Gynaecologie
9.1.1. Inleiding
9.1.2. Algemene gynaecologie
9.1.3. Fertiliteit
9.1.4. Seksualiteit
9.1.5. Anticonceptie
9.2. Beleid bij kinderwens van IBD-patiënten
9.3. Beleid tijdens zwangerschap
9.3.1. Erfelijkheid van de aandoening
9.3.2. Kans op aangeboren afwijkingen
9.3.3. Medicatie
9.3.4. Beïnvloeding van het beloop van IBD door de zwangerschap
9.3.5. Beïnvloeding van de zwangerschap door IBD
9.3.6. Plaats van controle van de zwangerschap en bevalling
9.4. Vaginale bevalling
9.5. Kraambed en borstvoeding
9.6. Mannelijke vruchtbaarheid en IBD-medicatie
10. RISICO OP MALIGNITEIT EN PREVENTIEVE STRATEGIEËN
10.1. Risico op darmkanker
10.2. Indicaties voor het starten van surveillance onderzoek
10.3. Surveillancebeleid
10.3.1. Aanvang en frequentie
10.3.2. Hoe screenen?
10.3.3. Dysplasie, DALM (dysplasia associated lesion or mass) en carcinoom
11. PSYCHOLOGIE
11.1. Inleiding
11.2. Psychosociale hulpvragen
11.3. Voorkeursbehandeling bij ziektespecifieke psychosociale hulpvragen
11.4. Bevordering therapietrouw
11.5. Vermoeidheid
11.6. Stoppen met roken
12. ARBEID EN MAATSCHAPPIJ
12.1. Beperkingen en verlies van arbeidsvermogen
12.2. Verzuim en arbeidsongeschiktheid als maatschappelijk probleem
13. ZORGORGANISATIE
13.1. Functie van IBD-verpleegkundige
14. TRANSITIE KINDEREN NAAR VOLWASSENEN
14.1. Transitie van IBD-patiënten van kinderarts naar MDL-arts
15. VOORLICHTING
15.1. Patiëntenvoorlichting en wijze van informatieverstrekking
15.2. Rol van patiëntenvereniging in informatieverstrekking
15.3. Rol van patiëntenbeweging bij onderwijs
SAMENSTELLING WERKGROEP
- Dr. F.A. Albersnagel, klinisch psycholoog / psychotherapeut, Universitair Medisch Centrum Groningen
- Prof. dr. W.A. Bemelman, chirurg, Academisch Medisch Centrum Amsterdam
- Dr. A.A. van Bodegraven, voorzitter, MDL-arts, VU Medisch Centrum Amsterdam
- Dr. L.J.J. Derijks, ziekenhuisapotheker - klinisch farmacoloog, Máxima Medisch Centrum Veldhoven / Eindhoven
- Dr. G. Dijkstra, MDL-arts, Universitair Medisch Centrum Groningen
- Dr. J.J.E. van Everdingen (secretaris), dermatoloog, secretaris Medisch Wetenschappelijke Raad CBO.
- Prof. dr. D.W. Hommes, voorzitter, MDL-arts, eerst Academisch Medisch Centrum Amsterdam, later Leids Universitair Medisch Centrum
- Drs. G.J. Houwert, bedrijfsarts, Medisch Consult Arbodienst Amsterdam
- Dr. D.J. de Jong, MDL-arts, Universitair Medisch Centrum Sint Radboud Nijmegen
- Mevr. I. Kappé, IBD-verpleegkundige, Jeroen Bosch Ziekenhuislocatie: Groot Ziekengasthuis 's-Hertogenbosch
- Mw. M.L. Markus-de Kwaadsteniet, directeur, Crohn en Colitis Ulcerosa Vereniging Nederland, Breukelen
- Dr. J.W.M. Muris, huisarts, Vakgroep Huisartsgeneeskunde Universiteit Maastricht
- Dr. B. Oldenburg, MDL-arts, Universitair Medisch Centrum Utrecht
- Mecr. dr. M. Schipper, patholoog, Universitair Medisch Centrum Utrecht
- Prof. dr. J. Stoker, radioloog, Academisch Medisch Centrum Amsterdam
- Mevr. ir. N.J. Wierdsma, diëtist, VU Medisch Centrum Amsterdam
- Dr. W.N.P. Willemsen, gynaecoloog, Universitair Medisch Centrum Sint Radboud Nijmegen
- Dr. H. Wolf, gynaecoloog, Academisch Medisch Centrum Amsterdam
